
Kindcentrum Leeuwesteyn (Utrecht).
‘Je creëert de klimaatambassadeurs van de toekomst’
Injecteer alle wijken met groene oases voor gelijkere kansen
Tekst: Ysbrand Visser; Beeld: Space for Play
Schoolpleinen bieden de maatschappij volop kansen. Niet alleen omdat buitenspelen voor leerlingen topprioriteit is, maar ook omdat wijkbewoners ervan profiteren. Integreer dan ook klimaatadaptatie in je plannen, stelt Renet Korthals Altes, die uitlegt hoe je dat procesmatig aanpakt.
Op 20 november 1989 namen de Verenigde Naties het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind aan, waarin Artikel 31 stelt (samengevat): ‘Kinderen hebben recht op vrije tijd, recht op spelen en recht op meedoen aan culturele of artistieke activiteiten’. Het recht van kinderen op spelen is vanzelfsprekend, want de effecten hiervan zijn zonneklaar, aldus architect & leerkracht basisonderwijs Renet Korthals Altes. Spelen zorgt voor een gezonde ontwikkeling van ieder kind, met veel verschillende positieve effecten voor:
- Cognitieve ontwikkeling (taal, wiskunde, biologie, natuurkunde, probleemoplossing);
- Fysieke ontwikkeling (bewegen, activiteiten, fijne/grove motoriek);
- 21ste eeuwse vaardigheden als creativiteit, innovatie, empathie, teamwerk;
- sociale vaardigheden als wederzijds begrip, conflictoplossing;
- sociaal emotionele ontwikkeling (emoties verwerken, vergeten, dromen).
Theorie van het spelen
1. Herhalend bewegingsspel: glijden, schommelen, wippen, duikelen, springen;
2. Uitdagend bewegingsspel: klimmen, balanceren, calisthenics, freerunning, differentiatie in manieren om verder of hoger te komen;
3. Wedstrijd- en regelspel: veel breder dan alleen voetbal; alle balspellen, verstoppertje, tikkertje, hinkelen, de vloer is lava, kingen, tafeltennis;
4. Fantasie/rollenspel: schooltje, politie/boefje, overleven in de jungle, televisieseries naspelen, familietje, tiktokdansjes, etc.;
5. Constructief & creatief spel: losse materialen, zand, water, stokken, doeken, pionnen, banden, hutten bouwen, krijtborden;
6. Rust (sociaal): samen chillen, zitten kijken, roddelen, zingen, groepsspelletjes;
7. Rust (observatief): toekijken, je terugtrekken, even afwachten, kijken naar anderen en daarvan leren, even tot rust komen.
Schaarse ruimte
“Ondanks deze wetenschap”, gaat Korthals Altes verder, “is de ruimte voor kinderen om te bewegen en te spelen steeds meer onder druk komen te staan. Er is minder speelruimte in de stad door de toenemende bebouwing en privatisering, de groei van het verkeer en door gevoelens van sociale onveiligheid.
Maar het betreft ook de levens van ouders en kinderen zelf. Altijd maar druk, druk, druk.”
“Die schaarse speelruimte”, gaat Korthals Altes verder, “is doorgaans ook niet pedagogisch divers ingericht. Stimuleert het plein ieder kind tot meer bewegen? Is het terrein wel inclusief genoeg? Kunnen alle typen kinderen, van dromerige jongens tot voetballende meisjes, er wel hun ei kwijt? Alle onderzoeken wijzen uit dat kinderen langer, vaker en met meer plezier spelen op speelplekken die diverse spelsoorten stimuleren. De jongens en meisjes spelen er meer samen, bewegen allemaal meer en er is minder pestgedrag. De stad heeft meer van deze goede goed toegankelijke speelplekken nodig!”
“In steden is er vervolgens ook nog ruimte nodig voor klimaatadaptieve maatregelen tegen hittestress, wateroverlast, de afname van biodiversiteit en de slechte luchtkwaliteit. Waar in de stad is echter nog plek om een goede speelruimte te maken en tegelijk klimaatadaptieve maatregelen te treffen? Schoolpleinen bieden een uitgelezen kans om deze twee urgente stedelijke problemen aan te pakken. Nu zijn het echter nog te vaak grijs betegelde woestijnen, ingericht op een te nauwe speldiversiteit. Dat geldt helemaal voor pleinen van middelbare scholen. Dat is een vergeten doelgroep, waar voor de leerlingen zelf en voor de stad veel winst te behalen valt. De opgave is dus om duurzame, klimaatadaptieve pleinen te maken en tegelijk een perfecte omgeving voor kinderen om zich uit te leven.”
Integrale opgave
“Scholen hebben natuurlijk al zoveel andere uitdagingen op het gebied van onderwijs. Het is niet alleen de school die hiermee aan de slag moet gaan”, stelt Korthals Altes. “Het is een integrale opgave, waaraan dus ook de gemeente moet bijdragen. Als je immers alle schoolpleinen bij elkaar optelt, nemen die ongeveer de ruimte in van een compleet stadspark. En omdat ze vaak evenredig verdeeld zijn over alle wijken in de stad, kan een gemeente met klimaatadaptieve schoolpleinen alle buurten injecteren met groene oases. Ze moeten dan wel pedagogisch divers zijn ingericht, zodat alle kinderen gestimuleerd worden om te bewegen, te spelen en te ontmoeten.”
Aldus ontstaat de mogelijkheid voor een win-winsituatie voor stad en school, stelt Korthals Altes: “Voor een gemeente sluiten deze groene inclusieve speelplekken goed aan op diverse beleidsterreinen in de wijken. Denk aan een inclusievere samenleving, gelijke kansen voor iedereen, gezondheid en overgewichtbestrijding, onderwijs, regenwateropvang of hittestress. Voor de scholen heeft een groen en pedagogisch divers schoolplein helemaal evidente voordelen: het verbreedt en verlengt de schooldag, alle kinderen vinden er hun plek, de leerlingen kunnen spelend en bewegend leren en dat kan goed aansluiten op de educatieve visie van de school.”
Kinderen als klimaatarchitecten
De grootste winst, aldus Korthals Altes, valt te behalen door het integreren van onderwijs bij het verbeteren en vergroenen van de schoolpleinen. Ze pleit daarom voor een integrale procesaanpak in vier stappen, met aandacht voor de effecten voor en belangen van de school, de stad én de kinderen. Korthals Altes: “Dit proces biedt een kans die te vaak over het hoofd wordt gezien en essentieel is voor een succesvolle transformatie: Het betrekken van de kinderen. Daarbij krijgen ze eerst klimaatles en leren ze meer over het recht op spelen, over inclusiviteit en over de verschillende manieren van spelen. Met leerkrachten gaan we in gesprek over het verweven van hun educatieve visie in de buitenruimte en daarna leren leerlingen en leerkrachten over mogelijke interventies en verbeteringen.”

4-stappenproces van Space for Play: onderwijs, co-design, co-construct & co-plant, co-maintain.
“Kinderen en leerkrachten zijn op die manier voldoende uitgerust om zelf te gaan ontwerpen. Zo zijn ze zelf de architecten van een klimaatadaptiever en inclusief groen plein, passend bij hun school en hun buurt. Veel later helpen de leerlingen bij de aanleg en het planten van het groen. Vervolgens is het van groot belang om de kinderen, ouders en buurtgenoten te betrekken bij het onderhoud van het plein. Die activiteiten bieden bovendien volop raakvlakken voor het onderwijs, buitenlessen, bewegend leren en natuureducatie.”
“Deze pedagogische en educatieve aspecten heb ik in mijn werkwijze verankerd, zodat kinderen ervaren dat ze wél wat kunnen doen aan klimaatverbetering. Ze bedenken bijvoorbeeld zelf hoe je regenwater kunt afkoppelen met een rivier over het schoolplein. Zo’n hands-on proces vergeten ze nóóit meer. Door dit proces in vier stappen creëer je op elke school en in jouw stad de klimaatambassadeurs van de toekomst.”
'Voor de school zelf zijn onderwijsvisie en leerdoelen van invloed op het ontwerp'

Co-design.
Onderwijsvisie
“Voor de school zelf zijn natuurlijk de onderwijsvisie en leerdoelen van invloed op het ontwerp. De buitenruimte moet echt aansluiten bij het onderwijs. Gaat het buitenspelen bijvoorbeeld om doelen die je wilt bereiken met de kinderen, om meer samenwerking, om taalonderwijs, om natuureducatie, of gaat het om ontdekkend leren en de eventuele bijbehorende creativiteit? Wat kan en wil deze school dragen? Door de leerkrachten intensief te betrekken bij het ontwerp, kunnen we de onderwijsvisie doorzetten op het schoolplein, zodat educatieve doelen of pedagogische doelstellingen zich in de buitenlucht spelenderwijs ontwikkelen.” “Het is verder zaak om goed te luisteren naar wat er nodig is in de wijk waar de school is gesitueerd. Hoe zit het er met de sociale veiligheid, de verkeersveiligheid, met de ruimte voor bewegen, met het wel of niet mogen buitenspelen, met de omringende speelplekken, wat mist er? Zorg uiteindelijk dat er een inclusief ontwerp uitrolt en doe dat met regelmatige terugkoppelingen naar de verschillende partijen.” Waarbij de samenwerking met de architect even essentieel is, voegt Korthals Altes tot slot graag toe.

Co-maintain
Budgetten en potjes
Vanzelfsprekend zijn de budgetten dan een stevig issue, maar Korthals Altes heeft bij tientallen scholen ervaren dat er voor een goed ontwerp - dat geïntegreerde oplossingen biedt voor diverse maatschappelijke uitdagingen - ook veel verschillende potjes te vinden zijn:
- Gemeente (diverse beleidsgebieden);
- School/scholenstichtingen;
- Subsidies & fondsen;
- Provinciaal;
- Landelijk;
- Sponsoring bedrijven;
- Crowdfunding;
- Ludieke acties; sponsorlopen, zomermarkten, enzovoorts.
Naast financiële ondersteuning kun je verder ook denken aan bijdragen in de vorm van materialen, materieel, losse speelelementen, beplanting, of man-/vrouwkracht, die de kosten kunnen verlagen.
Veel meer info en input vind je op: www.spaceforplay.org.