xxx

Regeneratieve ontwikkeling: de toekomst van stad en vastgoed

Tekst: Menno Lammers


We meten duurzaamheid beter dan ooit. Certificaten stapelen zich op. ESG-rapportages worden steeds uitgebreider. En toch voelt onze leefomgeving steeds minder levend aan. Waarom? Omdat we de verkeerde vraag stellen. Sinds decennia vragen we ons af: hoe doen we het minder schadelijk? En we perfectioneren het antwoord. Maar die vraag zelf wordt onderschat. Regeneratieve ontwikkeling begint ergens radicaal anders: hoe geven we een plek meer leven dan die plek ooit had? Van minder schade naar meer leven. Dat verschil bepaalt niet alleen de toekomst van de stad en het vastgoed. Het bepaalt of we überhaupt een toekomst hebben waarin we willen leven.

Stel: een ontwikkelaar krijgt een voormalige industriële locatie. De klassieke vraag is: hoeveel woningen kunnen hier worden gerealiseerd, binnen welke kaders, met welke duurzaamheidsambitie en met welk financieel rendement? Een regeneratieve vraag begint ergens anders: wat probeert deze plek al te zijn? Waar stroomt het water? Welke ecosystemen zijn aanwezig of verdwenen? Welke sociale relaties bestaan er? Welke lokale economie kan hier ontstaan? En hoe kan de ontwikkeling ervoor zorgen dat de plek over twintig jaar meer ecologische, sociale en economische waarde en vitaliteit heeft dan vandaag?

We ontwikkelen en ontwerpen onze steden en ons vastgoed nog altijd volgens een oude wereldkaart. Al decennialang is 'duurzaam' het hoogst haalbare: minder uitstoot, minder afval, minder schade. Een nobel streven, maar in de kern een boekhouding waarin je verliezen bijhoudt. We hebben een andere kaart nodig, een ander kompas, een nieuw paradigma.

Waarom de gebouwde omgeving in Nederland om een nieuw vertrekpunt vraagt

Nederland staat voor een indrukwekkende herontwikkeling van de leefomgeving: honderdduizenden woningen, een vastlopend stikstofdossier, een dreigend tekort aan drinkwater, een energietransitie die het landschap opnieuw indeelt en klimaatrisico's die verzekeraars nerveus maken. Tegelijk raakt ons duurzaamheidsvocabulaire uitgeput. ESG-rapportages groeien, certificaten stapelen zich op, en toch verschraalt onze leefomgeving. We meten duurzaamheid beter dan ooit, maar er voelt zo weinig echt levend aan.

Het spanningsveld werd eind 2025 zichtbaar in twee documenten. Het Rapport Wennink riep Nederland op tot méér economische groei en concurrentievermogen — noodzakelijk, maar in de kern een extractieve agenda. Vrijwel gelijktijdig koos de Ontwerp-Nota Ruimte voor een ander uitgangspunt: ‘water- en bodemsturend’ en noemde zichzelf "ons kompas voor de toekomst". Daar zit een verschuiving in die er werkelijk toe doet, mits we haar serieus nemen.

Duurzaamheid versus regeneratie: het verschil in wereldbeeld

Duurzaamheid en regeneratie zijn geen synoniemen; ze komen uit verschillende wereldbeelden. Duurzaamheid vertrekt vanuit een mechanistisch, extractief industrieel model: de wereld is een machine en ons doel is om die minder snel te laten slijten. Netto-nul markeert vooral het moment waarop we onze negatieve impact proberen te compenseren. Regeneratie vertrekt vanuit levende systemen. Een gezond ecosysteem streeft niet naar 'minder schade'; het bouwt bodem op, vergroot biodiversiteit, slaat water en koolstof op en schept voorwaarden voor meer leven dan er ooit was.

Systeemdenker Donella Meadows rangschikte de plaatsen waar je in een systeem kunt interveniëren, van zwak naar krachtig. Onderaan, als minst effectieve hefboom om structurele verandering te bewerkstelligen, staan de parameters: subsidies, belastingen en normen. Daar speelt vrijwel ons hele duurzaamheidsinstrumentarium zich af. De krachtigste hefboom staat bovenaan: het paradigma waaruit het systeem voortkomt. Daar begint regeneratie. Behandelen we regeneratie als een strenger label bovenop duurzaamheid, dan sleutelen we aan de parameters. Het is een ander vertrekpunt. Een ander wereldbeeld.

Wat regeneratief leiderschap van ons vraagt

Dat verschil in wereldbeeld heeft consequenties op persoonlijk, organisatorisch en stedelijk niveau.

  • Persoonlijk vraagt het om een ander kompas. Niet de expert die met een blauwdruk arriveert en het antwoord al kent, maar de wayfinder: iemand die de plek eerst leest voordat hij of zij een lijn trekt. Aannames loslaten en accepteren dat de plek meer weet dan jouw plan.
  • Organisatorisch daagt regeneratie industriële bedrijfsmodellen uit. Rentmeesterschap past slecht bij een kwartaalcyclus. Organisaties zullen hun eigendoms-, verdien-, en governance structuren opnieuw gaan uitvinden, niet alleen hun materiaalkeuze.
  • Stedelijk vraagt regeneratief leiderschap van ons om te stoppen met het ontwikkelen van gebieden als op zichzelf staande projecten en ze weer te zien als acupunctuurpunten binnen een bioregio: verbonden met watersystemen, voedselketens en sociale weefsels.

Van plan naar plek

Regeneratieve ontwikkeling begint daarom niet aan de tekentafel, maar bij de plek zelf: de geschiedenis, de ecosystemen en het potentieel ervan. Het levende proces dat ik ‘Regenerative Wayfinding Architecture’ noem, draait die volgorde om: het lezen van wat de plek al is – haar levendigheid, ritmes, mogelijkheden – en elke ontwikkelingsbeslissing zo organiseren dat die aspecten worden versterkt, in plaats van worden onttrokken. Regeneratie is geen bestemming. Het is een voortdurende relatie met de ontwikkeling van een plek. Wereldwijd, ook in Nederland, ontstaan er steeds meer plekken waar verschillende elementen van regeneratieve ontwikkeling ervaren kunnen worden. Internationaal zijn er voorbeelden zoals Playa Viva (Mexico), de Green Belt Movement (Kenia) en de groene corridor van Medellín (Colombia). In Nederland vind ik De Ceuvel en Circular Buiksloterham in Amsterdam, Landgoed Kleverbergh in Erlecom en Buurtschap te Veld in Eindhoven inspirerende ontwikkelingen als onderdeel van de regeneratieve beweging. Op deze plekken zet het landschap de toon en fungeren de woningen als 'gast', als acupunctuurpunten.

Praktisch vraagt dat drie verschuivingen die telkens een stap omhooggaan op de ladder van Meadows:

1. Van uitkomst en voorspellen naar richting en luisteren: werken met transformatiepaden in plaats van eindbeelden.

2. Van bezit en beheersen naar rentmeesterschap en samenwerken: structuren die waarde in het gebied laten circuleren.

3. Van expert naar wayfinder: leiderschap dat vragen durft te stellen waarop het antwoord nog niet vaststaat.

Waarom regeneratie de toekomst van vastgoed bepaalt

De Nota Ruimte noemt zich een kompas. Maar een kompas is geen wereldkaart. Zolang we ‘water- en bodemsturend’ vertalen naar dezelfde projectlogica van oplevering en rendement, blijft het een strenger duurzaamheidslabel op de verouderde wereldkaart. De toekomst van de stad wordt niet bepaald door wie de duurzaamste producten bouwt, maar door wie plekken weer leert lezen als een levend systeem. Duurzaamheid vraagt ons om minder schadelijk te zijn. Regeneratie vraagt ons om meer leven toe te voegen dan we aantreffen. Dat is geen technische opgave, maar een kwestie van persoonlijk leiderschap. De ontwikkelaars, bestuurders en steden die deze verschuiving durven maken, bouwen aan een omgeving die sterker, gezonder en levendiger is dan voorheen. Dat is geen luxe voor later. Dat is dé opgave voor vandaag.

Menno Lammers begeleidt leiders, organisaties en steden bij de transitie van duurzaamheid naar regeneratie. In 2024 verkocht hij zijn huis, beëindigde hij de internationale PropTech for Good-beweging en ging hij op Tour for Regeneratie. Menno inspireert met keynotes, verdiept met marktonderzoek en activeert leiders in de transitie van duurzaamheid naar regeneratie via mentortrajecten en internationale leiderschapsprogramma’s. Met deze activiteiten werkt hij toe naar zijn missie: van regeneratie het nieuwe paradigma in de gebouwde omgeving maken. Meer over zijn denken en werk: www.mennolammers.com.