Het Nieuwe Instituut committeerde zich als eerste aan Zoöp en test het model in de praktijk (foto Klaas Kuitenbrouwer).
Organisatiemodel Zoöp zet mens, plant én dier op nummer één
Tekst: Reinoud Schaatsbergen
Wat als organisaties, corporaties en bouwbedrijven zich inzetten voor niet alleen de mens, maar voor ál het leven? Hoe ziet de wereld er dan uit? Met het organisatiemodel Zoöp wil het museum Nieuwe Instituut die droom realiseren. Het leidende principe van dit model, aldus Klaas Kuitenbrouwer: “We nemen deel aan ecosystemen en we moeten leren hoe we dat zo goed mogelijk kunnen doen.”
Het woord Zoöp is een samentrekking van het Griekse woord zoë (‘leven’) en coöperatie. Het idee erachter: houd in de besluitvorming van jouw organisatie rekening met mensen, dieren, planten en al het andere aardse leven.

Klaas Kuitenbrouwer: ‘Het leidende principe is dat je deelneemt aan een ecosysteem en moet leren hoe je dat zo goed mogelijk doet’.
Klaas Kuitenbrouwer is senior onderzoeker bij het Nieuwe Instituut, het museum voor architectuur, design en digitale cultuur. Als initiatiefnemer van Zoöp legt hij uit: “Bij het Nieuwe Instituut realiseerden we ons dat de overheid op maatschappelijk gebied behoorlijk veel verwacht van ontwerpers, maar het instrumentarium waarover zij beschikken is redelijk beperkt. Met tentoonstellingen en publieke programma’s kun je wel beelden en representaties construeren, maar grijp je nooit direct in op processen of systemen.”
De weg naar noodzakelijke systeemveranderingen is een traject dat het organisatiemodel Zoöp wél kan faciliteren. Kuitenbrouwer: “Hier komen juridisch, ecologisch, sociaal en esthetisch ontwerpen bij elkaar, ook als gevolg van een andere vorm van onderzoek. Door ook juridische dimensies mee te nemen, werk je aan de condities waaronder een ontwerp tot stand komt.
In tegenstelling tot het meer traditionele disciplinaire onderzoek, biedt dit meer holistische onderzoek mogelijk oplossingen voor de vragen van deze tijd.”
Het vroegste zaadje voor Zoöp komt voort uit de tentoonstelling Dissident Gardens (2018). Kuitenbrouwer: “Een onderdeel daarvan was Gardening Mars over het idee van de terravorming of bewoonbaar maken van Mars. Daar kun je natuurlijk van alles over denken, maar eigenlijk is vooral de aarde aan terravorming toe. Daarom organiseerden wij parallel aan die tentoonstelling de workshopreeks Terraforming Earth, over hoe je binnen de huidige culturele, economische en maatschappelijke context opnieuw kunt beginnen. Dat kan helaas alleen binnen de condities van het kapitalisme, want er bestaat op dit moment geen plek buiten dat systeem. Maar wel vanuit het besef dat dit juist het systeem is dat leidt tot een desastreuze klimaatverandering.” Vandaar ook dat Kuitenbrouwer een stap verder gaat dan de beweging Rechten voor Natuur.

Wooncoöperatie De Ceuvel (Amsterdam-Noord) wordt dit jaar een Zoöp (foto Patricia de Ruijter/mediakaal.nl).
Spreker voor de Levenden
Het radicaal omgooien van de werkwijze van organisaties gaat niet zomaar en is een leerproces, waarin je stap voor stap de huidige degeneratieve processen omvormt tot regeneratieve processen. Zodra een bedrijf een Zoöp wordt, committeert het zich aan twee dingen:
-> de aanstelling van een Spreker voor de Levenden;
-> het volgen van de zoönomische jaarcyclus.
“De Spreker is een adviseur die de belangen van anders dan menselijk leven helpt vertalen naar organisatorische beslissingen”, licht Kuitenbrouwer toe. “De Spreker wordt bestuurswaarnemer, heeft een adviserende stem en een organisatie die Zoöp wil zijn, verplicht zich met dit advies te werken. De Spreker helpt de organisatie ook deel te nemen aan lokale en verder verwijderde ecosystemen en hoe je in plaats van die ecosystemen te beschadigen, ze kunt ondersteunen. Elk jaar doorloop je stappen om de focus op bepaalde delen van jouw praktijk te leggen en dat is de zoönomische jaarcyclus.”
Omdat het vaak ingrijpende veranderingen betreft, gaat het volgens Kuitenbrouwer vooral om langetermijndoelen. Ook komt er meestal samenwerking bij kijken en is het verder zaak het plan en de interventies ook publiek te maken. Kuitenbrouwer: “Dit leent zich dus niet voor greenwashing. Je vertelt elk seizoen hoe je ervoor staat, evalueert doelen en herformuleert ze waar nodig. Het is dus een permanent leerproces.” En wie zich onvoldoende aan de voorwaarden houdt, kan de officiële titel Zoöp weer verliezen.
Antea Group
Voordat Zoöp als organisatiemodel gemeengoed is, moet een kritische massa worden bereikt. Daarvoor staan al ongeveer 35 organisaties op de wachtlijst. In 2023 gaan drie nieuwe organisaties het model invoeren: de regeneratieve boerderij Bodemzicht, wooncoöperatie De Ceuvel en het Kunstfort bij Vijfhuizen. “Deze drie partijen hebben een groot netwerk en staan bekend om hun vooruitstrevende aanpak”, zegt Kuitenbrouwer. “Precies de juiste partijen om die kritische massa te bereiken en andere potentiële Zoöps te inspireren. Ook Antea Group en het Ministerie van de Toekomst willen Zoöps stichten. Voor grote organisaties is het niet haalbaar om in één keer een Zoöp te worden. Dan beperken we de reikwijdte tot een project. Zo gaat Antea Group drie project-Zoöps stichten om de methode te leren. Het geeft ons de kans om grote bedrijven stap voor stap mee te krijgen.”

Met het Kunstfort bij Vijfhuizen als nieuwe Zoöp wordt de kritische massa bereikt en worden andere potentiële Zoöps geïnspireerd’ (foto Patricia de Ruijter/mediakaal.nl).
Bodem weer tot leven
Het Nieuwe Instituut heeft zich als eerste gecommitteerd aan Zoöp, om ook het model in de praktijk te kunnen testen. Landschapsarchitect Maike van Stiphout, de gasthoofdredacteur van dit themanummer, is daarbij aangesteld als Spreker voor de Levenden. De eerste acties van het Nieuwe Instituut hadden vooral te maken met de buitenruimte en het gebouw. Kuitenbrouwer: “De tuinen van ons pand waren indertijd een zandbak met een vijver van kraanwater. Ons eerste doel was om het levensondersteunend vermogen van die tuinen, vijvers en het gebouw te verhogen.”
In fases is inmiddels het gebied veranderd. De parkeerplaats werd opgedoekt, zodat de bodem weer tot leven kon komen. In de tuin werden wilde zaden van inheemse planten en kruiden verspreid en verder waren alle planten en dier welkom. De levende wereld mocht haar eigen gang gaan. “Dat loopt nu als een trein”, stelt Kuitenbrouwer. “Het is waanzinnig wat er in één jaar kan groeien, met af toe een klein beetje coaching van onze kant.”
Verder wordt met het oog op droge periodes nog gekeken naar de wateropslag van het terrein. Ook wordt bekeken hoe het gebouw kan bijdragen aan het verbeteren van de biodiversiteit. Ook dat gaat in fases: eerst een vergroend dak met verschillende soorten substraat en begroeiing en vervolgens zonnepanelen.
De doelen van een Zoöp beperken zich niet tot materiële ingrepen. Het Nieuwe Instituut richt zich bijvoorbeeld bij de renovatie van haar gebouw ook op regeneratieve doelen. “Bouwpartijen die in de tender voor de renovatie in aanmerking willen komen, moeten zich tot die doelen verhouden”, zegt Kuitenbrouwer. “Zo zorgen we zowel voor de levensdragende capaciteit van ons gebouw, als voor verspreiding van het gedachtegoed.”
Regeneratieve impact
Het Zoöp-organisatiemodel sluit in zekere zin aan op het idee van de Donuteconomie, maar Kuitenbrouwer wil een stap verder gaan. “De Donuteconomie gaat uit van een sociaal minimum en een economisch maximum. Zolang je binnen die grenzen blijft, kan menselijk en niet-menselijk leven gedijen. Dat komt ook neer op een poging om de menselijke impact te minimaliseren, die dan in principe als negatief voor de levende wereld wordt gezien. Zoöp gaat juist uit van het maximaliseren van een regeneratieve impact. Daar hoort weliswaar het minimaliseren van een negatieve impact bij, dat kun je niet overslaan, maar het gaat nog veel meer over ecologische winst. Het levensdragende vermogen van onze planeet neemt af. Om dat om te draaien, moet je het niet alleen minder slecht doen, maar je inspanning compleet omdraaien. Dat moeten we leren.”
Bewustwording
De bouw en andere sectoren moeten nu ontdekken dat ze ook kunnen bijdragen aan ecologische regeneratie, aldus Kuitenbrouwer. “Dat begint bij sensibiliseren”, zegt hij. “Gevoel krijgen voor samenwerken met ander leven. Er hoort ook bij dat je langetermijndoelen belangrijker maakt dan kortetermijndoelen. Anders krijg je het niet van de grond.” Zo zijn bovenstaande voorbeelden van (ecologische) ingrepen nog behapbaar, maar zodra de materie complexer wordt, dien je sterk in je schoenen te staan. “Kijk naar mobiliteit: onze directeur reist veel, want dat hoort bij zijn werk, maar vanaf wanneer begrens je dat? Moet hij na een vliegreis dan verplicht ergens langer blijven?”
Begin dus stap voor stap, besluit Kuitenbrouwer, en begin lokaal. “Dan leer je namelijk wat het betekent om deel te nemen aan een ecosysteem. Het is niet iets abstracts. Jouw mobiliteitsbesluiten hebben misschien geen impact op jouw eigen ecologische omgeving, maar wel elders. Als je dat gaat inzien, wordt je handelen steeds concreter en effectiever.”
Kosten versus motivatie
Elke organisatie die ecologische regeneratie als doel wil omarmen, kan een Zoöp worden, aldus Kuitenbrouwer. “De intrinsieke motivatie daarvoor zie je eerder bij familiebedrijven, want zij denken ook aan de toekomst van hun kinderen.” Uiteraard spelen ook financiële afwegingen een rol. “Men realiseert zich steeds vaker dat het tegenwoordig niet meer gaat om ‘het goedkoopste’. De vraag ‘hoe maak ik zoveel mogelijk winst’ maakt plaats voor ‘waar besteed ik mijn geld aan?’. Bovendien is vooroplopen ook een financiële overweging, want het maakt je bedrijf aantrekkelijker. Daarnaast hoeven ecologische ingrepen niet per se duurder te zijn. Zo heeft Wooncoöperatie De Warren in IJburg met eigen inbreng een fantastisch natuurinclusief pand neergezet, waarvan de bouwkosten lager waren dan bij de omliggende woningen. Ja, het is meer werk, dus efficiëntie is geen leidende overweging. Het leidende principe is juist dat je deelneemt aan een ecosysteem en moet leren hoe je dat zo goed mogelijk doet.”