Jan des Bouvrie College aan de Ruysdaelstraat in Amsterdam. Ontwerp: Ruland Architecten. Fotocredit: Jannes Linders

MBO College Poort in Almere-Poort. Lithos ontwikkelde en realiseerde de school samen met Zenzo maatschappelijk vastgoed, ROC Flevoland en Burton Hamfelt architecten en OZ architecten. Fotocredit: Lithos

De balans tussen flexibiliteit en maakbaarheid bij onderwijshuisvesting

Tekst: Peter Bekkering


Hoe zorg je ervoor dat je bij onderwijshuisvesting, in een wereld waarin zowel onderwijsconcepten als de maatschappij steeds sneller veranderen, de juiste balans vindt tussen flexibiliteit enerzijds en maakbaarheid anderzijds? Daarbij is het eerste het belangrijkste voor het onderwijs en het tweede voor de huisvesting. Ralph van Gastel (huisvesting) en Huub Nelis (onderwijs) vertellen hoe het ROC van Amsterdam-Flevoland (ROCvA) dat aanpakt.

De afdeling Huisvesting van het ROCvA beheert het vastgoed van de organisatie, met als doel het onderwijs te faciliteren en medewerkers van werkruimte te voorzien. Bij renovatie of nieuwbouw wordt altijd eerst een Programma van Eisen opgesteld in overleg met vertegenwoordigers van het onderwijs. Ralph van Gastel is senior projectmanager complexe huisvestingsprojecten bij de Dienst Huisvesting van het ROCvA en hanteert daarbij een aantal uitgangspunten.

“We kijken allereerst hoeveel en welke lesruimtes er nodig zijn, wat de relaties onderling zijn en hoe het zit met aspecten als duurzaamheid, binnenklimaat en functionaliteit. Heel belangrijk daarnaast is de identiteit van het MBO College. Waar mogelijk is een belangrijk uitgangspunt ‘klein binnen groot’. Dat betekent dat we in een groot complex altijd streven naar herkenbare eenheden. Ook letten we bij die eenheden of bij kleinere locaties erop dat de sfeer en uitstraling goed passen bij de opleidingen en het beroepenveld. Uiteindelijk proberen we zo een mix te maken tussen wat onderwijskundige programma’s nodig hebben en wat het gebouw in technisch opzicht moet kunnen.”

Van Gastel werkt bij dit alles met een Strategisch Huisvestingsplan, waarbij in de tijd is weggezet wanneer bepaalde gebouwen of colleges aan de beurt zijn voor een kleinere renovatie, grotere renovatie of nieuwbouw. Er is regelmatig overleg met de accountmanagers en de directie van de MBO Colleges over de behoeftes in het gebouw op de korte termijn. “Daarbij komen vragen aan de orde als ‘komen er nieuwe opleidingen of verdwijnen er opleidingen?’ en ‘komen er nieuwe kwalificatiedossiers waardoor een praktijkruimte aangepast moet worden?’.”

Dilemma onderwijsconcept en huisvesting

Huub Nelis, voorzitter van het MBO College Zuid, ziet daarbij een grote uitdaging: “Vanuit het onderwijs willen we altijd flexibel blijven. Ten eerste omdat opleidingen en leerconcepten best wel in beweging zijn – neem bijvoorbeeld AI – en we dan graag concepten willen uitproberen. Daarnaast heb je te maken met veiligheid. Doelgroepen veranderen en als bepaalde groepen in een gebouw samenklitten, moet je wel overzicht hebben. Het dilemma is dat huisvesting onder meer om financiële redenen niet elke paar jaar wil verbouwen en het liefst een visie voor vijftien jaar wil vastleggen. Maar de onderwijspraktijk werkt niet zo. Een bekend voorbeeld zijn de leerpleinen, de grote open ruimtes waar studenten werken. In sommige colleges blijkt dit concept na realisatie niet te werken en worden ze voorzien van schuifwanden of worden ze dichtgemaakt omdat er veel lawaai en of afleiding is.”

Van Gastel: “Je ziet bovendien dat onderwijsconcepten niet meer minstens vijftien jaar meegaan. Onderwijsconcepten en daarmee de aanpassing van de huisvesting krijgen een snellere doorlooptijd. Het lastige is dat de financiële systematiek daarop nog niet is ingericht, waardoor er een spanningsveld ontstaat.”

‘Waar mogelijk is een belangrijk uitgangspunt ‘klein binnen groot’. Dat betekent dat we in een groot complex altijd streven naar herkenbare eenheden’

Sturen studentenstromen lastig

Het ROC van Amsterdam is bewust bezig met aanwezigheid in stad en regio. Nelis: “Vijftien jaar geleden is bepaald dat we een paar toplocaties moesten hebben, die heel goed te bereiken zijn met het OV. Op die basis zijn de belangrijkste Colleges gepositioneerd in Amsterdam. Daarbij zie je overigens in de praktijk dat je studentenstromen lastig zijn te sturen. Zo zitten de meeste mbo-studenten uit Zuidoost niet op ROC Zuidoost, maar op ROC Zuid. Jongeren bepalen namelijk met elkaar waar ze naartoe gaan. Ze kiezen voor een locatie. Dat doen ze niet altijd op basis van onderwijsmotivatie. Door de fase waarin ze zitten met hun puberbrein hebben ze ook de neiging om vooral bij ‘hun matties’ te willen zijn.”

“Wij hanteren nu wel het principe om de niveaus 1 en 2, de tweejarige beginopleiding na VMBO Basis Kader, op zoveel mogelijk plekken aan te bieden. Bij de hogere niveaus, 3 en 4, kom je eerder op een vakcollege terecht, op één plek in de stad. Kortom: we bieden onderwijs op meerdere plekken voor de doelgroepen die minder bereid zijn om te reizen. Ben je verder in je ontwikkeling, dan gaan we ervanuit dat je gemakkelijker gaat reizen.”

Van Gastel inventariseert de huidige stand van zaken: “Bij de start van het ROCvA waren er 80 wat kleinere locaties. Nu zijn er een aantal grote moderne locaties bij vervoersknooppunten en daarnaast een aantal kleinere huurlocaties. Daar bieden we of hele specifieke opleidingen aan zoals de Beroepshavo, de Frank Sanders Akademie of Motorvoertuigentechniek. We kijken dan goed of de omgeving en uitstraling waar de opleiding zit past bij de doelgroep en of het voor iedereen bereikbaar en toegankelijk is.”

Huisvesting

De meeste studenten van het ROCvA wonen nog thuis. Nelis: “Ze zijn in de leeftijd van 16 tot 20. Het is het een groep die niet snel op zichzelf gaat wonen. Na hun studie lopen ze er echter keihard tegen aan, dat er geen woonruimte is als ze wel uit huis willen. Dat is een maatschappelijk probleem. Dat merken wij ook bij bepaalde unieke opleidingen zoals de creatieve en artiestenopleidingen waarbij studenten uit heel Nederland en soms zelfs uit België komen. We hebben voor de musicalopleiding een kleine voorziening met een paar kamers. Je zou echter voor MBO-studenten in Amsterdam honderden woningen met kamers moeten hebben om de ergste nood te ledigen. Uiteindelijk komt er vaak een oplossing, maar het probleem is onzichtbaar en groter dan we denken. We zien elk jaar ook dat er studenten afhaken omdat de reisafstand te groot worden.”

Voor de vier tekortsectoren – Zorg, Techniek & Bouw, Onderwijs en ICT – zijn er inmiddels tekortsectorenprogramma’s om het voor jongeren aantrekkelijker te maken ervoor te kiezen. Nelis: “Helaas maakt huisvesting daar geen onderdeel van uit. Daarom richt het zich vooral op studenten die al in de stad wonen of op een acceptabele reisafstand zitten.”

Duurzaamheid

Als grote vastgoedeigenaar in Amsterdam en omgeving neemt ROCvA haar maatschappelijke rol heel serieus, zegt Van Gastel. “Om dat waar te maken zijn we ook aan de slag met de eisen en uitdagingen rondom duurzaamheid. Daarom zijn we een aantal panden, soms als onderdeel van een grote renovatie, aan het verduurzamen. Daarbij kijken we onder meer naar wettelijke eisen en naar de Erkende Maatregelenlijst energiebesparing. Naast de locatie in Hoofddorp is een van die projecten die in voorbereiding is de gebouwen aan de Da Costastraat in het centrum. Die dateren van rond 1900.”

“Wij vinden het belangrijk om de gebouwen te verduurzamen en Parisproof te maken; de ambitie en methode om de gebouwde omgeving volledig klimaatneutraal te maken, passend binnen het Klimaatakkoord van Parijs. Tegelijkertijd willen we middels renovatie de gebouwen moderniseren en een uitstraling geven die past bij de horeca-opleiding die erin gevestigd is. Daarnaast is het mooi dat we daardoor op een mooie locatie aanwezig blijven in de binnenstad.”

Inclusiviteit en sociale veiligheid

Inclusiviteit is een belangrijke waarde voor het ROCvA. Tegelijkertijd is het ook een grote uitdaging zegt Nelis: “Dat heeft te maken met sociale veiligheid. In sommige gebouwen zijn groepen studenten die stevig met elkaar botsen. Bijvoorbeeld artistieke opleidingen met veel jongeren die er expressief uitzien of tot de LHBTQIA+-gemeenschap behoren en aan de andere kant opleidingen waar meer problematiek is rondom de manosfeer. Op dat aspect hebben we bij de bouw niet kunnen anticiperen, maar je loopt er nu in de praktijk wel tegenaan. Het laat ook het nadeel zien van het idee van ‘klein binnen groot’ waar Van Gastel het over had. Daarom laten we dat bij de organisatiefilosofie nu enigszins los. Wel kijken we naar het totaalbeeld en zijn er hoeken en gaten in een gebouw waar ik ook niet blij van wordt en waar ook medewerkers zich af en toe onplezierig en onveilig voelen. Zeker wanneer er weinig mensen in het gebouw aanwezig zijn.”

Van Gastel: “Bij zulke signalen, moeten we kijken wat we er vanuit huisvesting aan kunnen doen. Vanzelfsprekend is dat gebouwspecifiek, want de vraag rond veiligheid en het gevoel van veiligheid kan per gebouw anders zijn. Als het vervolgens bouwkundige aanpassingen zijn, is het eenvoudig. Andere aanpassingen om de sociale veiligheid te bevorderen hebben te maken met het herstellen van zichtlijnen, die soms in de loop der jaren zijn verdwenen. Verder moet je als huisvesting en onderwijs samen gaan kijken naar bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen die sinds de bouw zijn opgetreden en die je destijds niet kon voorzien.”

Meervoudig ruimtegebruik

Waar mogelijk doet het ROCvA aan meervoudig ruimtegebruik. Nelis: “De locatie Europaboulevard tegenover de RAI is een mooi voorbeeld. De locatie is open tot elf uur ’s avonds. Er zit onder meer een grote sporthal in, waarvan allerlei clubs gebruik maken. Een ander voorbeeld is de locatie van de Beroepshavo bij het Amstelstation, waar onder meer bejaardenyoga wordt gegeven. We willen ook echt onderdeel zijn van de buurt door samen te werken bij de openbare functies.”

Van Gastel: “Als ROCvA zijn we ons bewust van de buurt en omgeving waarvan we deel uitmaken. Tegelijkertijd willen we om financiële redenen onze locaties graag in eigendom hebben. We letten echter wel goed op hoe we ons manifesteren en profileren. Zo zijn er in verband met de renovatie van de panden aan de Da Costastraat al twee informatieavonden voor omwonenden geweest.”

Leslokaal Jan des Bouvrie College aan de Ruysdaelstraat in Amsterdam

Toekomst

Nelis omschrijft de voornaamste huisvestingsuitdaging voor de toekomst: “Hoe kunnen we inhoudelijk flexibel blijven inspelen op het snel veranderende onderwijs en maatschappelijke factoren. Daarnaast gaan ook de studentenstromen veranderen. Op korte termijn is er voor het ROCvA nog geen demografische krimp, maar daarna gaat het wiebelen. In het noorden van Nederland zie je nu al de uitdagingen van teruglopende studentenaantallen, waardoor soms halve gebouwen leegstaan. Die groei en krimp blijft onvoorspelbaar en dus blijft daarop inspelen lastig.”

“Een andere uitdaging worden de investeringen in verband met AI en ICT en recentelijk Defensie. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat je een stormbaan bij een accommodatie moet realiseren. Ook is en blijft het met name in Amsterdam een uitdaging om gebouwen met grote aantallen studenten hun plaats in een grootstedelijke omgeving te laten innemen zonder voor veel overlast te zorgen.”

Nelis noemt nog een laatste bijzondere uitdaging: “Studenten ervaren altijd direct als er geld, moeite en aandacht wordt geïnvesteerd in een onderwijsgebouw, hun directe dagelijkse omgeving. Ze hebben dan het gevoel dat ze serieus worden genomen. Ik vind dat elke jongere van zestien tot twintig jaar recht heeft op een goede omgeving om te leren en te ontwikkelen. Nu zijn er al best grote verschillen tussen de gebouwen van het ROCvA: sommige gebouwen zijn mooier en prettiger. Deels is dat onvermijdelijk want je kunt niet overal tegelijk in investeren. Tegelijkertijd merk ik wel dat het een verschil maakt als je kijkt naar kansengelijkheid.”

Van Gastel. “Ik vind de balans tussen onderwijshuisvesting, de maatschappelijke en demografische ontwikkelingen en de betaalbaarheid ook uitdagend. Zoals bij de renovatie van de panden aan de Da Costastraat. Daar zoek je naar de balans tussen budgetten, wensen en flexibiliteit. Bij die zoektocht probeer je de juiste adviseurs te betrekken zoals een architect en een installatieadviseur.”

Trots

Van Gastel werkt al 33 jaar bij het ROCvA en haar voorlopers. In die periode zijn er verschillende huisvestingsprojecten waar hij trots op terugkijkt. “Wat betreft het VO het Cburg College, een vmbo-school op Zeeburg in Amsterdam. Dat gebouw uit 2018 past qua uitstraling en gebruik goed bij de vmbo-doelgroep. Het werkt in de praktijk bovendien nog steeds zoals het bedacht is. Een ander voorbeeld is het MBO College Poort in Almere-Poort. Dat gebouw dateert eveneens uit 2018. Het gebouw heeft een groot atrium en een mooie trap naar boven met daaromheen de onderwijsruimtes. Het gebouw is luchtig, licht en het ademt rust uit.”

“Verder vind ik het Jan des Bouvrie College aan de Ruysdaelstraat in Amsterdam een mooi voorbeeld. Dat gebouw dateert uit 1900. Ik heb dat in 2007 samen met Jan des Bouvrie mogen ontwikkelen voor de interieuropleidingen. We hebben dat oude gebouw getransformeerd en flexibel gemaakt door staalconstructies in de stenen muren in te bouwen zodat je een heleboel portalen kon maken. Het mooie is dat het gebouw nu een bepaalde klassiekheid uitademt en tegelijkertijd modern oogt.”

Hij vertelt wat de rode draad is bij de huisvestingsprojecten die hij heeft gedaan: “Ik vind het belangrijk dat een gebouw weer een hele tijd meekan en dat het onderwijs er goed in is gefaciliteerd. Als belangrijkste uitdaging voor de toekomst zie ik vooral voor MBO-scholen om een balans te vinden tussen de steeds sneller veranderende onderwijsconcepten en samenleving enerzijds en de maakbaarheid anderzijds.”

Over Huub Nelis

Huub Nelis is voorzitter van het MBO College Zuid. Deze locatie, gelegen aan de Europaboulevard tegenover de RAI, bestaat vijftien jaar en heeft 4200 studenten. Er zijn vijftien, vooral creatieve, opleidingen: van kappers tot schoonheidsverzorging en van sport tot mode, kunst en muziek. Het onderwijs is verdeeld over vijf verdiepingen. In het sterk gecompartimenteerde gebouw zitten onder meer een grote sportzaal, een gym, modestudio’s, muziekproductieruimtes en dans- en balletstudio’s.

Over Ralph van Gastel

Ralph van Gastel werkt al 33 jaar bij het ROC van Amsterdam/Flevoland (ROCvA) en haar voorgangers. Sinds 2007 is hij betrokken bij de huisvesting van diverse colleges en van het Voortgezet Onderwijs van Amsterdam (VovA), dat ook een onderdeel is van het ROCvA. Daarnaast is hij accountmanager voor het VOvA en voor het deel Flevoland van ROCvA (Almere-Buiten, Almere-Poort en Lelystad). Daarbij streeft hij naar een betere link en communicatie tussen de collegedirecties en zijn dienst. Momenteel is hij als senior projectmanager complexe huisvestingsprojecten bezig met de renovatie van de panden aan de Da Costastraat.

Over ROC van Amsterdam/Flevoland

Het ROCvA bestaat uit twaalf MBO-colleges, waarvan er zes in Amsterdam gevestigd zijn – Centrum, Noord, West, Westpoort, Zuid en Zuidoost - en de rest in Flevoland, Hilversum Amstelveen, en Hoofddorp. Elk college heeft een voorzitter. Samen verzorgen zij voor 40.000 studenten onderwijs: 36.000 MBO-studenten en 4.000 leerlingen in het Voortgezet Onderwijs.