Minisymposium Bouwen aan Samenredzaamheid (15 januari 2026).

In interactieve sessies bespraken de deelnemers hoe je spontane ontmoetingen tussen bewoners kunt stimuleren.

Bouwen aan samenredzaamheid: sociale en fysieke componenten

In vijf wooncomplexen is onderzocht hoe de woonomgeving bijdraagt aan zelf- en samenredzaamheid. De presentatie van de onderzoeksresultaten kende ook een primeur: de lancering van het digitale Kompas Ruimte voor ontmoeten.

Tekst: Kim Hamers en Nienke Moor; beeld: HAN


Op 15 januari vond het minisymposium Bouwen aan Samenredzaamheid plaats. De organisatie was in handen van kennisplatform DEEL Academy (Dutch Empathic Environment LivingLabs) met Yvonne Witter (ZorgSaamWonen) als presentator. Binnen DEEL, onder leiding van professor Masi Mohammadi, lopen verschillende onderzoeksprojecten naar hoe de woonomgeving bijdraagt aan zelf- en samenredzaamheid. In vrijwel alle projecten werken onderzoekers, partners en bewoners samen in Living Labs, waar in de praktijk wordt onderzocht, ontworpen en geëvalueerd.

De directe aanleiding voor het minisymposium was de afronding van een twee jaar durend onderzoeksproject. Daarin is onderzocht hoe woningcorporaties en hun samenwerkingspartners kunnen worden ondersteund bij het ruimtelijk en sociaal organisatorisch vormgeven van een woonomgeving die samenredzaamheid bevordert. En daarmee de zelfredzaamheid van verschillende profielen oudere huurders versterkt. Om deze vraag te kunnen beantwoorden, is onderzoek gedaan in vijf wooncomplexen (van de corporaties Woonzorg Nederland, Talis, de Alliantie en de Woonmensen).

Bewoners in beeld

Een eerste vraag die in het project werd beantwoord, was welke oudere bewoners, met hun uiteenlopende behoeften, mogelijkheden en hulpbronnen, behoefte hebben aan steun vanuit het netwerk van buren, en hier ook daadwerkelijk toegang tot hebben. Onderzoeker Nienke Moor (HAN) presenteerde een aantal interessante bevindingen. Zo blijken ontmoetingsmogelijkheden in de woonomgeving vooral te worden gebruikt door bewoners die wíllen en kúnnen deelnemen. Bewoners die sociaal meer op zichzelf staan, sluiten minder vaak aan. Fysiek kwetsbare bewoners maken vaker gebruik van de mogelijkheden.

Daarnaast liet het onderzoek zien dat de bereidheid om te helpen en de capaciteit om dat te doen niet altijd bij dezelfde groep huurders samenkomen. Hoe meer iemand participeert in de woongemeenschap (embedded), hoe meer hulp men geeft én ontvangt. Bewoners die minder zijn ingebed, lijken daardoor ook minder snel hulp van medebewoners te krijgen.

Deze inzichten zijn relevant, omdat zorgorganisaties en corporaties vaak zoeken naar een optimale mix van vitale en minder vitale bewoners, vanuit de gedachte dat vitale bewoners kunnen zorgen voor minder vitale bewoners. Dit werkt echter alleen wanneer deze laatste groep voldoende is ingebed in de woonomgeving. Zonder dat fundament komt steun minder gemakkelijk tot stand.

Ruimte als katalysator

Tijdens een interactieve sessie gingen deelnemers in groepen uiteen om, onder begeleiding van onderzoekers Kim Hamers, Sophie van den Burg-Peters, Guido van Beek en Marijn van de Weijer, te reflecteren op hoe de inrichting van de woonomgeving spontane ontmoetingen tussen bewoners kan stimuleren. Zij deden dit aan de hand van concrete voorbeelden uit de onderzochte wooncomplexen, die aansloten bij thema’s als zichtbaarheid, routing en toegankelijkheid.

De deelnemers wisselden praktijkervaringen uit en deelden inspirerende voorbeelden. Ze bespraken hoe de woonomgeving ontmoetingen laagdrempelig kan bevorderen, bijvoorbeeld door functionele en sociale functies te combineren, zodat bewoners elkaar vanzelf tegenkomen tijdens dagelijkse activiteiten. Dit maakt ontmoeting natuurlijker en vermindert sociale druk. Tegelijkertijd biedt zo’n dagelijkse activiteit een excuus om zonder gezichtsverlies te vertrekken, wanneer een bewoner op dat moment geen behoefte heeft aan contact.

Ook kwamen voorbeelden voorbij van woongebouwen waar bewoners elkaar op meerdere plekken en verdiepingen kunnen ontmoeten. Dat gebeurt in ruimtes met uiteenlopende functies langs hun dagelijkse looproute in plaats van in één centrale ruimte. Deze ruimtes, met ieder een eigen karakter en functionaliteit, sluiten beter aan bij uiteenlopende behoeften en kunnen zo de kans op contact tussen bewoners vergroten. De inzichten uit de sessie laten zien dat doordachte ruimtelijke keuzes kunnen bijdragen aan woonomgevingen die ontmoeting stimuleren, terwijl bewoners tegelijkertijd hun eigen regie behouden.

‘Fysiek kwetsbare bewoners maken vaker gebruik van ontmoetingsmogelijkheden’

Beeld uit het digitale Kompas Ruimte voor ontmoeten.

Digitale Kompas

Er was ook een primeur op het symposium: de lancering van het digitale Kompas Ruimte voor ontmoeten. De inzichten uit onder andere dit project zijn vertaald naar deze, voor iedereen toegankelijke handreiking. Het Kompas biedt een houvast bij het nadenken over en vormgeven van een woonomgeving die letterlijk ruimte maakt voor ontmoeting. Hoewel er al enkele waardevolle praktijkgerichte tools bestaan, vormt het Kompas hierop een duidelijke aanvulling en verrijking.

Het Kompas Ruimte voor ontmoeten is opgezet als een levend document dat helpt om uitdagingen inzichtelijk te maken, richting te geven aan visievorming op basis van wetenschappelijke inzichten, en ontwerprichtlijnen en inspirerende praktijkvoorbeelden aan te reiken. De komende tijd wordt de tool verder uitgebreid. Nieuwe inspirerende projecten die ontmoeting tussen bewoners (in de sociale huursector) stimuleren, zijn dan ook van harte welkom.

Huiskamergesprek

De middag werd afgesloten met een huiskamergesprek met Anne van Grinsven (Woonzorg Nederland), Annette Duivenvoorden (Platform31), Nurhan Abujidi (Zuyd Hogeschool), Liesbeth Lossez (de Alliantie) en Masi Mohammadi (HAN TU/e). Zij presenteerden ieder een inspirerend initiatief op het gebied van samenredzaamheid, gevolgd door een stelling die uitnodigde tot verdere uitwisseling. Zo werd onder meer besproken dat interventies ruimte mogen laten voor het maken van fouten. Dan moeten er wel vooraf ingebouwde momenten van reflectie zijn om het vertrouwen tussen bewoners en professionals te behouden. Professionals dienen dan over de grenzen van hun eigen domein heen te kijken. En de buitenruimte zou, vaker dan nu gebeurt, moeten worden benut om ontmoeting te stimuleren.

Het symposium liet duidelijk zien dat er in de praktijk veel kennis en betrokkenheid aanwezig is. De gedeelde inzichten vormen een stevige basis voor verdere samenwerking aan woonomgevingen die ontmoeting en onderlinge steun vanzelfsprekender maken.

Lees ook: Bouwen aan zelf- en samenredzaamheid en Kompas Ruimte voor ontmoeten

Nienke Moor is senioronderzoeker en Kim Hamers is onderzoeker, beide aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN), Lectoraat Architecture in Health.

Het onderzoeksproject Bouwen aan zelf- en samenredzaamheid is een samenwerkingsproject tussen de Lectoraten Architecture in Health (HAN), Smart Urban Redesign (Zuyd Hogeschool), Versterken van Sociale Kwaliteit (HAN), Leerstoel Smart Architectural Technologies (TU/e) en de woningcorporaties Woonzorg Nederland, Talis, De Woonmensen, de Alliantie en zorgorganisatie Woonzorg Flevoland. Het project is mogelijk gemaakt door financiering van Regieorgaan SIA onder de Raak Publiek-regeling.